Nieuw mensbeeld

Holistisch is de kleinst mogelijke heelheid tot leven. De mens leeft niet op zichzelf, hij heeft een omgeving nodig anders sterft hij ter plekke. Dit mensbeeld, levendragend, ga ik wat meer beschrijven.
de-mens-in-zijn/haar-omgeving 

Je leven speelt zich af als een onverbrekelijk “jou-in-je-omgeving”. Als ik jou ontmoet, maak jij deel uit van mijn omgeving en tegelijkertijd word ik deel van de jouwe. Onze ervaringen in deze ontmoetingen verschillen: jij-in-jouw-omgevingservaring ≠ mij-in-mijn-omgevingservaring. Mensen leren, groeien, ontwikkelen, lijden, plezieren aan het verschil. Jij-in-je-omgeving, is de kleinste heelheid om te kunnen leven, leren en groeien. Ben je zonder (wat niet kan) omgeving, dan kun je bijvoorbeeld niet ademen, niet lopen, niet ruiken, niet minnen, een mens zonder omgeving gaat ogenblikkelijk dood. Hoe vaak probeer je niet op jezelf te staan, staan kun je alleen vanwege de zwaartekracht en de grond.

Ik zal je nog een voorbeeld geven. Frits Perls, de hervinder van Gestalttherapie, was met zijn vrouw Laura vertrokken van Duitsland naar Zuid Afrika en ontmoette daar J.C. Schmuts (1870-1950). Op een dag neemt Schmuts, Frits Perls mee naar de rand van een woestijn en wijst hem op een boeiend verschijnsel. Aan de rand van de woestijn staan mosjes en wat blijkt; het zand onder die mosjes blijft door de schaduwwerking van die mosjes vochtig, zodat de mosjes voldoende vocht krijgen om in leven te blijven. Tegelijkertijd krijgt het zand onder de mosjes voldoende schaduw om door de zon niet tot onvruchtbaar woestijnzand gemaakt te worden. Schmuts noemt dit verschijnsel holisme. Het werkelijk kwetsbare evenwicht tussen de delen, zand, mosje, lucht, zon, vocht dat leven mogelijk maakt. Het werkelijk kwetsbare evenwicht tussen mensen, dat een relatie mogelijk maakt.

Hoe kan dit vertrekpunt in het omgaan met mensen in praktijk gebracht worden?

Haal je voor de geest dat jij in jouw omgeving leeft en je omgeving bestaat even voor het gemak, onder meer ook uit je vrouw en je kinderen. Nu gaat een van je kinderen spelen met het treintje van je andere kind. Deze eist haar treintje terug en als dat niet vlug genoeg gaat doet ze dit met enig geschreeuw en boosheid.

Je hebt ‘tig’ manieren om op je omgeving, deze situatie, te reageren, welke?

Je bent eruit en je besluit om te eisen dat het treintje terug gegeven moet worden aan de rechtmatige eigenaar. Dan zie je ineens de mimiek van je vrouw veranderen waaruit je afleidt, dat ze het helemaal niet eens is met je keuze, kan gebeuren, of niet soms?

Je hebt ‘tig’ manieren om op je omgeving, in dit geval op haar te reageren, welke?

Wat ik duidelijk wil maken is dat gestaltvorming, het proces van gestaltvorming, zich motiveert vanuit jou en vanuit je omgeving, ook al denk je dat je alles zelf doet, of dat je de toeschouwer bent, kunt zijn van het risico dat leven heet.